Wedkansen uitgelegd: decimaal, fractioneel en Amerikaans
2,50, 3/2 en +150 zijn dezelfde prijs in drie notaties. Zo lees je elk formaat, reken je odds om naar een kans en zie je de marge van de bookmaker.
Drie notaties voor één prijs
| Decimaal | Fractioneel | Amerikaans | Uitbetaling bij € 10 |
|---|---|---|---|
| 1,50 | 1/2 | −200 | € 15 |
| 2,00 | 1/1 (evens) | +100 | € 20 |
| 2,50 | 3/2 | +150 | € 25 |
| 4,00 | 3/1 | +300 | € 40 |
- Decimaal (Europa, Canada, Australië): de totale uitbetaling per 1 inzet, inclusief de inzet.
- Fractioneel (VK): winst ten opzichte van de inzet — 3/2 betekent 3 winst per 2 ingezet.
- Amerikaans: +150 is de winst op een inzet van 100; −200 is wat je inzet om 100 te winnen.
Odds als kans
Decimale odds zet je met één deling om in een impliciete kans: 1 ÷ odds. Odds van 2,50 betekenen 1 ÷ 2,50 = 40%. Odds van 1,50 betekenen ongeveer 67%.
De marge van de bookmaker
Tel de impliciete kansen van alle uitkomsten in een markt op en je komt boven 100%. Voor een voetbalwedstrijd met 2,10 / 3,40 / 3,60 is dat 47,6% + 29,4% + 27,8% = 104,8%. De extra 4,8% is de overround — de ingebouwde marge van de bookmaker. Hoe lager, hoe beter de prijzen.
Odds zijn een inschatting van kansen — plus een marge. Het is geen voorspelling van wat er gebeurt.